3.Eiland-ervaring

26-3-20

We zijn weer op stap. In de bossen van Oisterwijk. Dagelijkse quarantainewandeling. Met dit fantastische weer, strak blauw, volop zon,  geen straf! We zoeken een stil pad op en genieten van de ontluikende struiken en bomen. Op een gegeven moment komen we bij een ven. Een zonovergoten ven. Met één bankje erbij. Helaas bezet. In deze tijd van afstand houden geen optie om te vragen om ze een beetje willen opschuiven.  Dus zoeken we iets anders om te zitten. We vinden een plek vol graspollen, in alle maten, genoeg voor ons drieën .  Ieder zoekt zijn eigen pol. En gaat zitten. Uitkijkend over het deels donkere, deels glinsterende water. Ieder in zichzelf verzonken.

Ook ik richt me op het panorama voor me. En zak in mezelf naar een meer verwijlende dimensie. Mijn blik blijft alsmaar rusten op het kleine eilandje midden in het ven. Ik kan het niet tegenhouden: mijn fantasie gaat aan het werk.

Ik zie het eiland als de wereld van een volkje van hele kleine wezens. Kabouterachtig. Levend in iets als de 5e dimensie. Rustig in de weer met de dagelijkse dingen zoals eten koken, op een bankje samen het weer bespreken,  lesgeven aan kleine kabouters, zingen en dansen. Ik zie hoe ze spreken met engelen die daar ook gewoon rondlopen alsof het allemaal één familie is. Dan zie ik sommigen in kabouterbootjes het ven op gaan, niet om vissen te vangen, maar om met ze te spelen en te praten. Sommige kabouters betokkelen in hun bootje een muziekinstrument. Op hun melodie dansen de vissen, springen als dolfijnen hoog boven het water uit om met een lieflijk plonsje weer terug te keren in het veilige nat.

Dan stel ik me voor dat ik op het eiland tussen hen loop, in aangepaste lengte, dat wel. Hoe zou dat voelen? Ik voel me ontzettend welkom, als een van hen. Ik kan helemaal mezelf zijn. Ik voel hoe ik sterk met mijn wezen verbonden ben en blijf.  En krachtig geaard ben. Wat ik in het gewone leven graag doe, hoeft hier niet: vertellen over de 5edimensie. Hier lééf ik die dimensie, ik ben met een ieder verbonden, als vanzelf, maar ook met de planten en dieren. Een kaboutervrouw nodigt me uit naast haar te komen zitten. Ik zet mij naast haar neer. Een golf van liefde stroomt naar me toe. Ze zegt niet veel. Ze pakt mijn hand vast. Ik voel hoe alles in me gaat stromen, zoals ik nog nooit heb ervaren. IK ben héél. Heel erg héél. Ik hoef helemaal niets. Alleen maar zijn, genieten, één zijn met alles.

DAN….. ‘Ga je mee. We moeten terug’. Ik word uit mijn beeldenreeks geslingerd en zie weer het hele ven, de zon, de fabelachtige blauwe lucht, het bos. O ja,…… we moeten weer terug.

Ik kijk nog een keer naar het eilandje. Niet zomaar een eilandje, maar een eilandje vol magie. Die heelt me. Ook als ik afscheid neem blijft dat gevoel in me. Teruglopend kijk ik anders naar de bomen en struiken. Ik voel een grote verbondenheid met hen. Deze eiland-ervaring is waarlijk een geschenk, zeker in de tijd waarin wij leven.