8. Ik ben er weer.

17-4-20

Ik was er even niet. Paar dagen. Iets als lekker op vakantie in eigen land. Naar een plek waar goed voor je wordt gezorgd. En waar de coronaregels een ietwat andere uitleg hebben. Dus even weg van huis. 5 dagen.

Er viel op die plek veel te beleven. Eigenlijk werd je constant bezig gehouden. Soms vermakelijk, soms tegen mijn zin in. Misschien vraag je je af waar ik was. Ik zal het vertellen: in het ziekenhuis!!……  ‘Oei oei ‘, hoor ik iemand al denken,’ corona zeker’.

Neen dat was het niet, is zelfs met een test uitgesloten. Maar 2e paasdag op de Spoed Eisende Hulp mocht ik na vele onderzoeken en lang wachten niet meer naar huis. Dat was de conclusie op 21.00uur. Vanwege koorts, te hoge koorts. Door een E-colibacterie-infectie. De koorts  was wel gezakt dank zij antibiotica, maar de dienst doende arts vond het niet verantwoord om thuis te gaan slapen. En ze bleek gelijk te hebben. Het werd dus een opname. In het ziekenhuis, 5 km verderop

Ik kwam terecht op een kamer met vier bedden. 2 waren er reeds bezet. Ik dacht’ nu ga ik heel veel mondkapjes zien. Mis. Ik heb er ongeveer niet een gezien! Ik dacht: nu ga ik zien hoe verpleegkundigen afstand houden tot elkaar en tot patiënten. Mis, ik heb geen verschil gezien met mijn vorige opname 3 maanden geleden, op het handgeven na. Ik was verrast. Maar het werkte wel relaxerend (heeft met relax te maken). Even vakantie weg uit de corona.

Het is voor mij als hooggevoelige wel een avontuur op zo’n kamer. Er is heel weinig privé, alle medische en verpleegkundige gesprekken met de twee of drie anderen (het was een komen en gaan van patiënten) kon ik horen. Ook telefoongesprekken die de anderen met de buitenwereld hadden, bereikten mijn oor. Gelukkig waren er op het laatst 2 buitenlanders (die goed Nederlands spraken, hulde) die in hun moedertaal belden. Ik probeerde me af te sluiten, maar daar ben ik geen held in.  Als ik zelf belde wilde ik niet dat anderen het hoorden. Dat ging niet echt.

 

En dan het grote circus waar de ene artiest na de andere de piste betreedt. De bloeddrukopmeter, temperatuuropmeter, bloedafneemster, de urinezakleegster, de wat-wilt-U-nu-als-ontbijt-vraagster, de wat-wilt-u-vanmiddag-eten-vraagster, de wat-wilt-u-vanavond-eten-vraagster. En verder de vloer-en-alles-poetser, de wc-rol-vervangster, de wondverzorgsters, de infuus-controleer-en vervangsters, de piep-uitzet-acrobaten. Moet ik even uitleggen. Als bij een infuus iets niet klopt gaat die piepen. Dan moet je als patiënt bellen. Dan komt er zo’n speciale artiest om de piep uit te zetten. Meestal gaat dat goed, maar er waren ook nachten dat zo’n kreng van een piep 6 minuten lang afging. De artiest was dan druk bezig op een andere kamer. Daar ging je slaap.

Er zijn nog meer artiesten: de middagmaalbrengers, de resten-van-het-middagmaal-ophalers, de avondmaal-brengers, en hun verwante ophalers. En ook de geleerde artiesten, de dokters dus, wier woord kennelijk gezag heeft en aan wie, als men iets niet weet, gevraagd moet worden.

Misschien vergeet ik nog een paar artiesten. Mijn excuses. Maar als je je bedenkt dat sommige artiesten vele malen per dag optraden en dat maal 4 (vier bedden!), dan snap je dat er veel, heel veel roering was in die kamer.

 

Maar goed. Na 5 dagen ben ik nu weer thuis. Het circus is (voor enkele weken) voorbij.

Het zat er aan te komen. Die bevrijding. Want als je binnenkomt krijg je een (plastic) ring om je pols met je naam e.d. en vanaf dat moment ben je niet meer vrij. Het ziekenhuis is dan verantwoordelijk voor je. Eenmaal in mijn ziekenhuisbed werd ik aangesloten op een antibiotica-infuus. Mijn redding. Maar tegelijkertijd ook zit ik met een slangetje vast aan de paal waar die zak met medicamenten aan hangt. Elke stap uit bed is met paal. Naar de wc: met paal. De gang oplopen: met paal. Het deed me soms denken aan gevangenen met aan hun enkel een ketting met een loden bal. Mijn paal was natuurlijk voor mijn redding, niet als straf. Maar toch, het voelde soms zo.

Op dag 4 zei de zaalarts (zo heet dat nog, geloof ik): het infuus kan er wel af. Nou ik vertel je dat dat heel anders naar de wc gaan is, of de gang op. Alsof ik die loden bal kwijt was. En toen ik vandaag naar huis mocht wilde ik dat mijn polsbandje plechtig werd doorgeknipt: ik kreeg mijn vrijheid terug! Het ging door mij heen wat een slaaf die zijn vrijheid terugkreeg, ervaren moet hebben.

En dan nu: ik ben weer thuis! Geen circus, geen bandjes, geen palen meer. Rust, zelf bepalen, stilte ook. En: geen koorts meer, en daar ben ik het ziekenhuis HEEL dankbaar voor.