1. De boom en het bos

 

Vandaag is het prachtig weer. Strakblauwe lucht, koud oostenwindje erbij. We verlaten even onze corona-quarantaine voor een wandeling in het bos. We zoeken een deel van het bos op waar niemand loopt. Of bijna niemand. Het is stil. Alleen de wind ruist door de toppen van de hoge bomen. Waar wij, Lies, mijn vrouw, en ik lopen, is het windstil. En af en toe schijnt de zon volop op ons hele lijf. Heerlijk. 

Dan zie ik een dikke boom. Vlak langs het pad waar wij lopen. Onweerstaanbaar roept hij mij. “Houd mij vast” lijkt hij te zeggen. Ik doe wat hij vraagt. Ik houd hem tussen mijn beide handen. Ik blijf zo enige tijd staan. Ik voel niks, niks bijzonders. Alleen de schors. Maar dan voel ik wat meer. Alsof er iets naar mij toekomt, naar mijn handen. Iets als een stroom, een tinteling. Er is contact!! 

Ik daal, zo staande naast de boom, intussen ook als vanzelf in mezelf af, weg uit mijn hoofd, op weg naar mijn bekken. Bewust maak ik nu opnieuw contact met de boom alsof het een levend wezen is met bewustzijn. Ik vraag hoe hij het maakt. Het is even stil en dan wordt het warm in mijn bekken, en ik beschouw dit als een antwoord: ‘ik maak het goed’. Ik vraag wat hij nodig heeft. Ik voel hoe een stroom van liefde door mijn handen gaat naar de boom. Maar ook voel ik hoe ik steeds steviger op mijn benen sta, sterker gegrond word. Ik krijg zijn geaard zijn van hem terug. Een bijzonder moment. 

Dan voel ik hoe wortels groeien uit mijn voeten, naar de diepste wortels van deze boom. Zo  kom ik met mijn aandacht helemaal in de aarde. Ik zie daar meer wortels, van andere bomen. Een heel netwerk. Ik verbaas me erover hoe alles over en langs en onder elkaar loopt, schijnbaar zo dat iedere wortel zijn eigen weg vindt. Als vanzelf. 

Maar dan doe ik iets anders: ik kijk er niet alleen naar, als naar een object, ik verbind me er ook helemaal mee, als met een subject, een levend persoon, en even later ben ik ineens deel van een groot geheel. Ik voel me opgenomen, gedragen. Het is niet zomaar een stel wortels bij elkaar, het is een levend geheel. En ik ben er ineens deel van. Alles communiceert met elkaar, heel subtiel, maar goed merkbaar. En wat overheerst is niet de concurrentie (‘ jij zit waar ik wil zitten’) maar de aandacht voor elkaar. De eenheid en verbondenheid. Ik voel op deze wijze het hele bos, ja ik word even het hele bos. Een machtige ervaring die me optilt en heel groot maakt. 

Dan neem ik afscheid. Eerst beneden, in het wortelnetwerk, waar ik natuurlijk ook mee verbonden blijf op een of andere manier. Het zit nu ook ín me, dat gevoel, ook na het afscheid daar. 

Vervolgens zeg ik de boom gedag. Opnieuw voel ik hoe sterk geaard ik nu ben. Ik dank de boom voor zijn gaven en vervolg mijn pad, samen met Lies.